

Zondag 31 mei 2026
Kunsthuis Windhausen, Kapellerlaan 48, Roermond.
Tijdens artware event #22 werd op de begane grond van kunsthuis Windhausen materiaal getoond uit de archieven van HedaH Maastricht, Kunstcentrum Sittard en L5 Roermond (foto). Frack was een project uit 1996 van beeldend kunstenaar Peter Friedl dat plaats vond bij W139 in Amsterdam. Kunstenaarsinitiatieven uit Amsterdam, Breda, Arnhem, Basel, Wenen, Berlijn, Stuttgart, Graz, Nice, Napels, Glasgow, Stockholm, Kopenhagen en Milaan waren onderdeel van Frack (foto). Een aantal deelnemende kunstenaars uit Limburg werd samengebracht door HedaH in Maastricht.
Peter Friedl transformeerde de ruimte van W139 in een sobere tweedehands kledingwinkel. Zeven metalen kledingrekken toonden willekeurige kledingstukken die door 1200 mensen uit de kunstwereld ter beschikking waren gesteld. Zodoende ontstond enerzijds een conceptueel, participatief kunstwerk zonder vaste vorm of maker.
Soiree Mousse (foto) was een publicatie in krantformaat met kunstenaarsprojecten van kunstenaars uit Limburg die al in 1995 in W139 te zien waren. Beide projecten illustreren hoe kunstenaarsinitiatieven buiten de museale instellingen mogelijkheden creëerden voor verschillende internationale kunstenaars(groepen) om samen te werken. Vaak liepen deze projecten al ver vooruit op het huidige kunstdiscours over autonoom kunstenaarschap, auteurschap en oeuvre.



In het souterrain werd tegelijkertijd materiaal getoond uit het archief van Kunstcentrum Sittard. Het project “Poezie in Letter, Klank en Beeld” had een festivalachtige opzet waar naast beeldende kunst ook aandacht werd besteed aan literatuur, muziek en theater (foto). De deelnemende kunstenaars kwamen uit Nederland, Duitsland en België, waaronder het Sittardse Pitboel Teater, de Antwerpse kunstenaar Walter Joris en de Sfinx Podium Poëten Ger Rapaille en Bert Corewener. Tijdens de artware event werden o.a. een aantal originele cartoons van Walter Joris getoond. José Feinaut en Maria Stams organiseerden in 1990 de “Humor”-happening waarvan affiches en de publicaties werden getoond.
“Poezie in Letter, Beeld en Klank” en “Humor – expositie / performance / film / muziek” waren beide projecten die de multidisciplinaire werkwijze van veel kunstenaarsinitiatieven nog eens onderstrepen.
Van het Roermondse initiatief L5 werd o.a. materiaal getoond van “Maydays” (foto). De titel van dit door Pi Backus georganiseerde project was dubbelzinnig. Enerzijds was het bedoeld als verwijzing naar de meidagen waarin het plaatsvond, anderzijds klonk er iets in door van een internationaal noodsignaal om aandacht te vragen voor de slechte situatie waarin de beeldende kunst in Roermond zich op dat moment bevond. Gedurende een maand was er iedere dag een nieuwe presentatie van een andere kunstenaar, waaronder Klaus Gärtner (D), Rudiger Tschibi Wich (D), Christiane Bethke (D), Mike Amsbury (GB), Johanna Willemsen (NL) en Dré Devens (NL). L5 was – net als andere kunstenaarsinitiatieven – naast een energiek netwerk tegelijkertijd een platform voor kritiek.
In de vroege ochtend was een tabletalk met Miriam Windhausen en Laura Claessens gepland.
Miriam Windhausen studeerde grafische vormgeving aan de HKU en kunstgeschiedenis aan de UvA. Ze was eindredacteur voor het tijdschrift Jong Holland en ze werkte voor verschillende musea, o.a. als hoofd collecties van het Gemeentemuseum Arnhem. Momenteel heeft zij zich als adviseur gespecialiseerd in kunstenaarsnalatenschappen en zet zij zich in voor een centrum voor kunstenaarsnalatenschappen en -archieven in Roermond: Kunsthuis Windhausen. In haar betoog gaf zij een helder inzicht in de verschillende onderdelen van een nalatenschap, namelijk dat een nalatenschap bestaat uit een huis, een studio, een oeuvre en een weerslag op het oeuvre: het archief. Een nalatenschap gaat dus over veel meer dan de inventarisering van kunstwerken. En een archief kan een onderdeel zijn van een nalatenschap maar staat in principe los van de oeuvrecollectie.
Op de eerste verdieping toonde Miriam een ruimtelijke installatie waarin zij op een persoonlijke manier reflecteerde op de nalatenschap van haar moeder door een tableau met filmstills en een kledingrek met dertig blouses die haar in 2025 overleden moeder nog gedragen had (foto).
De foto’s van Tineke Kambier in de serre (foto) werden eerder getoond op de Jan van Eyckacademie als onderdeel van het project “Living Like an Artist” (2019). De foto’s geven een beeld van hoe archieven zich in de directe leefomgeving van kunstenaars tijdens leven vormen. De foto’s resoneerden nu op een poëtische manier met het verhaal van Miriam en Laura.

Laura Claessens studeerde een aantal jaren aan de kunstacademie in Maastricht en start binnenkort met een studie Algemene Cultuurwetenschappen aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. Ze schrijft over kunst en filosofie en is bestuurslid van kunstenaarsinitiatief B32 in Maastricht. “De indeling van een archief (…) moet dienen aan het verhaal dat er al was, en niet geconstrueerd worden naar het verhaal van de archivist of curator. (…) Een archief is nooit gesloten. (…) Een archief verhullen en verbergen is een intrinsieke tegenstelling – het is de doodslag van een archief diens waarde ligt in het reanimeren van het geheugen. (…) Een goed archief is een open deur. L.C.” Samen met haar moeder Stefanie vertelde Laura het verhaal over de vele verhuizingen die zij heeft meegemaakt waardoor ze eigenlijk niets bewaarde en waardoor het fenomeen archief, laat staan nalatenschap, een vreemde betekenis voor haar heeft. Dat geldt niet voor de kledingkast van haar moeder die voor haar als een levend archief functioneert en haar moeiteloos terugbrengt naar plaatsen en gebeurtenissen. Maar dat niet alleen. De kledingkast maakt haar ook bewust van hoe zij zich zelf verhoudt tot de fysieke en materiële ruimte die zij inneemt in het nu.
Archiveren kan voortkomen uit angst voor de vergetelheid maar de manier waarop iets wordt nagelaten heeft ontegenzeggelijk ook een waarde voor hoe ons collectief geheugen zich als een soort organisme steeds opnieuw vormt.

De verschillende zichtlijnen zoals hierboven beschreven zorgden ervoor dat het kunsthuis Windhausen niet alleen een verhaal in zich draagt van zichzelf maar ook drager werd van andere verhalen, persoonlijk en tegelijkertijd universeel, gerevitaliseerd door in zekere zin willekeurig archiefmateriaal en uitgesproken door mensen die elkaar op een toevallig moment ontmoetten. Het werd een kleine, intieme ontmoeting die ruimte bood voor grote thema’s om zodoende het discours over de betekenis van archief, herinnering en de kunst van het nalaten voort te zetten.





